Op een gure winterdag daalt Mevrouw Verona de heuvel van Oucwègne af, in de wetenschap dat de terugtocht voor haar fysiek niet meer haalbaar is. In het dal gaat ze bij de rivier zitten, in afwachting van haar laatste moment, vergezeld van een trouwe hond en van de veel te vroeg gestorven Meneer Pottenbakker.